Waarom de Beemster Vertoeving.
Wat ‘Vertoeving’ is kan het best worden uitgelegd aan de hand van een kort verhaal. Een fragment uit het boekje ‘Schots en Scheef’ van Jaap Gulmans
Oudebildtzijl Vertoeving in de Vermaning van de Doopsgezinde Gemeente.
Buiten klonk het geronk van een late aardappelboer.
Toen gebeurde het.
Daar stond ineens Bouwe de Boer op: een man van, toen, in de zestig. Vastberaden, niet te stuiten, zei hij in de taal van het dorp, het Bildts: “Kienders, nou mutte jimme efkes naar my lústere.”
Het Bildts beheers ik niet en daarom vertaal ik van hem: “Jullie weten allemaal wel dat ik in de oorlog fout was. En als je ’t nog niet wist, dan weet je ’t nu. Ik was NSB’er. Van die keuze heb ik spijt. Ik heb het toen fout bekeken. En fout gedaan. Maar ná de oorlog moest ik verder. En toen was dit, deze Gemeente hier, de plek waar ik opnieuw kon beginnen.”
Het zweet brak hem uit. Hij keek rond en besloot: “Ik fyn, dat mutte jimme wete.”
Bouwe de Boer had gesproken. Volstrekt kwetsbaar.
Het was doodstil in de Ouwezylster Vermaning.
Toen behaagde het de late Waddenwind om Inne de Groot op te doen staan: groot en sterk en heel emotioneel. Zó begon hij: “Kienders, ik hew jimme ék hwat to fortellen. Ik stond aan de ándere kant in ’40-’45. Ik zat in ’t verzet. En dêr haw ik gjin spyt fan. Als ’t wéér moet, doe ‘k het opnieuw. Maar toen de oorlog over was, óók in ons Ouwezyl, toen dacht ik: waar kan ik opnieuw beginnen. Die plek was toen dit kerkje. En ’t is ons aardig lukt, dat nij bigjinne, hè Bouwe!”
En toen liep de timmerman Inne de Groot naar de boer Bouwe de Boer en ze gaven elkaar emotioneel een hand.
Dat is dus vertoeven. In gesprek met elkaar. luisteren naar elkaar. Voortbouwen op wat een ander zegt. Waar je mag zijn wie je bent. Waar je opnieuw mag beginnen. Waar je een tweede en als het moet een derde kans krijgt. Een plek waar je kennissen opdoet en vrienden maakt. Een plek waar het goed (ver)toeven is. Zo’n plek wil de Beemster Vertoeving zijn. Welkom in de ‘huiskamer’ van de Beemster.