Bestuur geportretteerd door Marie-Christine Koestal

Chris Luursema, voorzitter

‘Er moet een nieuwe wind waaien. Die waait hier’

Hij heeft meer met dit bijltje gehakt. Wist te regelen dat zijn Doopsgezinde kerk in Hoorn samen met de gemeente een historisch buurpandje, een monument uit 1724, kon aanschaffen. Mindervaliden konden tot dan toe niet hun kerk in. Het nieuwverworven eigendom werd royale entree, na een vertimmering die 700.000 euro kostte. Hij wist ook de financiering rond te maken. Toen de kerkenraad van de Doopsgezinde gemeente Beemster-Oosthuizen bij hem aanklopte met de noodkreet: we ziet het niet meer zitten, het ledenaantal loopt terug en daarmee de financiën, beloofde hij mee te denken hoe het gebouw in stand te houden. Hij wist een goed team om zich heen te vormen. Zo werd Chris Luursema, voormalig financieel manager, waarvan de laatste 25 jaar in de zorg, officieel kartrekker van het project. Beemster Vertoeving was in maart 2018 een feit.

‘Natuurlijk heb ik ja gezegd. De boel moest gewoon even een impuls krijgen. Ik kreeg alle ruimte om iets nieuws op te zetten. Het was ook dit of niks. Dat biedt vrijheid. En ik vind het leuk om te doen. We willen het kerkgebouw behouden. En we willen ook het geestelijk bezit behouden. Tegelijkertijd realiseert de kerkenraad zich dat we met de tijd mee moeten, dus nieuwe dingen moeten doen. De kerkdienst is niet het belangrijkst. De onderlinge sociale contacten wel. Met dit plan voor wonen en activiteiten kan ik daar een bijdrage aan leveren.

 We hebben ons plan door een architect laten uitwerken. Daar kwam een prijskaartje van 1,7 miljoen euro uit. We kunnen aanspraak maken op lokale, regionale, provinciale en landelijke fondsen. De financiering is realiseerbaar, mits er een gezonde exploitatie onder hangt. Of ook alle wensen realiseerbaar zijn weet ik niet.

 Dit plan betekent een bijdrage aan het culturele leven in de Beemster en ondersteuning van welzijn, echte verbinding met elkaar. We bieden ruimte aan de lokale breiclub, maar willen ook een avond voor jonge boeren organiseren, zodat mensen samen iets doen. Dit alles wordt losgekoppeld van de oorspronkelijke functie van het kerkgebouw. Dus niet met een kerkdienst, maar wel met inhoud. De voorstellingen die zijn gericht op een breder publiek, zorgen ook voor uitstraling buiten de Beemster. Mijn frustratie is dat er de afgelopen dertig jaar te weinig is nagedacht over vernieuwing. Er moet een nieuwe wind waaien. Die waait hier.’

  Christine van Splunter, bestuurslid

‘Ze waren zo enthousiast dat ik er alleen maar in mee kon gaan

Dochter van bevlogen voorzitter van de kerkenraad. Zelf niet zo’n fan van kerkgenootschappen, maar wel sociaal bewogen, echt een mensen-mens. Moet ook wel als wijkconsulent die met leefbaarheid in haar portefeuille lastige kwesties mag oplossen. Ging niet naar haar moeders kerk, hoefde dat ook niet. Maakte via de zondagsschool en zomerkampen kennis met de normen en waarden: verbinding, samen zijn, gezelligheid, een goede tijd hebben met elkaar. Eigenlijk precies zoals thuis. Wil met haar bijdrage aan Beemster Vertoeving ervoor zorgen dat mensen elkaar gaan vinden en iets kunnen betekenen voor elkaar.

‘Clubhuis zeggen wij thuis als het over deze kerk gaat. Kerk maakt het zo klein, dat benauwt me. Bovendien gebeurt er meer dan alleen het houden van kerkdiensten. Ik heb er ooit mijn verjaardag gevierd. De zeilkampen van de kerk waren anders dan reguliere, waar het om strijd ging. Bij ons ging het om lekker zeilen, gezelligheid. Het maakte niet uit wat je aanhad, hoe je eruitzag. Er was altijd een enorm groepsgevoel. Janken als je naar huis ging. Een stoomketel aan opgebouwde energie met elkaar die ontplofte.

 Mijn moeder is behoorlijk op leeftijd. Er moet wat gebeuren met dat kerkje, anders raken we het kwijt, zei ze al jaren eerder, maar was niet meer in staat om dat zelf aan te pakken. Het idee dat het zou verdwijnen vond ik zonde. Ze waren al bezig met het plan om woningen te ontwikkelen. Ik was er meteen enthousiast over. Destijds werkte ik bij een woningbouwcoöperatie en zag dat ik aan het project kon bijdragen. Ik paste gewoon helemaal in het pulletje. Ik kende Jaap persoonlijk en wist dat Dieuw organist was. Chris en Gerrit kende ik niet, maar ze waren zo enthousiast dat ik er alleen maar in mee kon gaan. Onze eerste gezamenlijke actie was het organiseren van een vintagemarkt, een manier om het idee onder de aandacht te brengen. Vervolgens ging ik meedenken over de vorm en de tekeningen en zocht ik contact met de buren om ze te informeren over het plan. Het ging heel organisch, eigenlijk als vanzelf.

 Ik zie het eindresultaat een beetje als een hofje; een verzameling huisjes rond een gemeenschappelijk terrein. Het kerkgebouw moet een huiselijk gevoel geven. Dat doe je niet met een bank of kleed. We denken aan een bijzondere aankleding. Er is plek voor presentaties, workshops, voorstellingen, maar het kan bijvoorbeeld ook een plek zijn waar een vluchteling zijn verhaal doet. Een voordracht of optreden van een bekende Nederlander is ook prima. Soms moet je iemand van buiten halen om het binnen beter te krijgen.’

 Gerrit Arkesteijn, penningmeester

‘Een gebouw dat een goede plek in de samenleving heeft’

Tweede man in het team. Rechterhand van Luursema. Leerden elkaar kennen in de trein, waarin beiden pendelden tussen huis en werk. Luursema meldde zich toen hij hulp nodig had voor dit project. De penningen beheren, dat is een nieuwe uitdaging voor hem. Hij heeft wel wat met die Doopsgezinden. Zijn vrouw is lang voorzitter van de kerk in Broek op Langedijk en zodoende komt hij er regelmatig. Gepensioneerd. Maar oproepbaar als interimmer om projecten weer op de rails te krijgen. Dan is ‘ie zo zestig uur per week in touw. Hoewel ook druk met het behoud van een stukje cultuurlandschap in zijn woonplaats Broek op Langedijk -Staatsbosbeheer kon het niet onderhouden- trok deze klus hem. Want zo’n prachtig monument als de Doopsgezinde Vermaning in de Beemster, het zou toch zonde zijn als dat zou verdwijnen?

‘Het project houdt me best wel bezig. Het is heel spannend of we de financiering rond kunnen krijgen. Het komt niet vanzelf binnenwaaien, maar ik heb er wel vertrouwen in dat we het gaan redden. Ik heb er veel contact over met Chris. We hebben een goed team. Jaap is de verbindingsman tussen de eigenaar en ons bestuur. Christien weet veel over huren en contracten. Dieuw heeft een uitzonderlijk goed en groot netwerk in de culturele sector. We worden ondersteund door de gemeente Beemster. Er is een ambtenaar die met ons meedenkt. Ook hebben we contact met de buurtmanager. 

Ik heb het eindresultaat strak op mijn netvlies; een mooi project met een gebouw waarin iedereen welkom is, dat een goede plek in de samenleving heeft. De huiskamer van Middenbeemster. Dat is uniek; een soort woongroep met een huiskamer. Een plek voor de opvang van demente bejaarden. Maar ook een locatie van de kaartclub. Om schoolklassen te ontvangen. Voor een kopje koffie. Voor ontmoeting. Een plek om te laten zien dat iedereen meetelt. Kleinschalige voorstellingen. En daarom een verrijking voor de Beemster. Het zou mooi zijn als er echt bevlogen huurders komen die hier mede vorm aan geven, mensen die iets voor een ander willen betekenen. Dat is wel heel belangrijk voor het welslagen. De kerk sterft uit, maar Doopsgezinden hebben goede waarden om door te geven. Daar is dit een mooie plek voor. De nieuwe leefgemeenschap mag meehelpen om het uit te voeren..

Als het plan is gerealiseerd, blijven wij als bestuur bij elkaar. De Stichting Beemster Vertoeving blijft eigenaar, zorgt voor een goed beheer van de gebouwen en voor het bewaken van de initiële doelstellingen van onze stichting.

Jaap Slagt, secretaris

‘Er wordt hier wel wat neergezet’

Als lid van de kerkenraad Doopsgezinde Gemeente ziet hij al jaren dat het ledenaantal afneemt. Er komen nog zo’n veertig mensen. Het gros daarvan is tachtigplus. Een praatje met de dochter van de kerkenraadvoorzitter en Arjen IJff, buurman van de kerk, bracht de boel op gang. ‘Jullie moeten duidelijk zijn in wat jullie willen.’ ‘Maar dat moeten de mensen zelf weten’, pareerden zijn gesprekspartners. We gaan mensen niet voorschotelen wat ze moeten. Dat past niet bij Doopsgezinden. Het moet juist vrijwillig en vrijblijvend zijn.’ Tsja. Ze zagen het aankomen. Het zou niet anders kunnen dan dat de Doopsgezinde Gemeente over de kop zou gaan. Einde oefening voor die vrijzinnige gebruikers van de schuilkerken. Dwarsdenkers. Autonoom. Met allemaal een eigen dominee in dienst. Wat nu? Overstappen naar de Hervormde kerk in het centrum van Middenbeemster? Dat zag de zelfstandig bedenker en ontwerper van vaten niet zitten. Dus het was een kwestie van beginnen, doorgaan en afmaken, zijn reguliere methode van aanpakken.

‘Er waren twee opties. De ene was gefaseerde verkoop om het nog een paar jaar te kunnen volhouden. In 1980 was de pastorie, het pand naast de kerk, verkocht. Toen konden we weer jaren door. We zouden nu de woningen kunnen verkopen. En dan later het koetshuis. Maar we vonden het zonde van het mooie geheel dat de drie panden en het erf vormen. Optie 2 was het laten renderen van het onroerend goed zodat het in een of andere religieuze vorm kan blijven bestaan. Daar is de keuze op gevallen. Dit kerkje met opstallen is een behapbaar gebeuren. In tegenstelling tot een grote kerk. Maar natuurlijk steken wij met deze ambitie onze nek uit, zowel binnen de Beemster als binnen de Doopsgezinde gemeente. 

Er is vanzelf een leuke ploeg ontstaan. Ik heb er het volste vertrouwen in dat het gaat volgens plan gaat gebeuren. Het is onze plicht om de kerk te behouden voor de Beemster. Dat gaat soms wel, vaak ook niet. Natuurlijk gaan wij het voor elkaar krijgen. Ik zie een woongroep in een buurtschap dat zich gaat ontwikkelen rond de kerkzaal. Zo lang er leden zijn, blijven we kerken. 

Tot corona hadden we wekelijks activiteiten in de kerk, zoals filmavonden en eetavonden. Straks nog veel meer, want er wordt hier wel wat neergezet. Ik heb weleens gekscherend gezegd: dit wordt het Doopsgezind centrum voor Noord-Holland boven ’t IJ. Al heb ik er nog geen beeld bij hoe dat eruit zou moeten zien. Het lijkt me wel mooi als we Doopsgezinde historie kunnen presenteren en een Doopsgezinde hier, op dit prachtige historische plekje in de Beemster, kan zien wat zijn wortels zijn. Ik vind het mooi dat de kerkenraad niet het zinkend schip verlaat maar het onroerend goed overdraagt aan de volgende generatie die er wat mee kan. 

En daarna? Misschien een volgend project. Weer een kwestie van beginnen, doorgaan en afmaken. Meer doen dan denken. Wie weet kunnen we ergens anders helpen. Ik zou zeggen: kom maar op!’

 

Dieuw Schuijtemaker, bestuurslid

‘Mijn rol is straks het bedenken en organiseren van activiteiten waar een heleboel mensen plezier aan beleven’

Kind van de oudste boerenfamilie in Noord-Holland die altijd op dezelfde plek heeft gewoond. In het dorp Grosthuizen, aan de rand van de Beemster, sinds 1660. Haar moeder kwam uit de Beemster. Haar grootouders ook. Opa Zijp was dijkgraaf en boer aan de Neckerweg. Ook haar geschiedenis ligt voor een groot deel in de polder. Ze speelt sinds 1976 orgel in de Doopsgezinde Vermaning. Haalde jarenlang oma op om samen naar de dienst te gaan; zij als muzikant, oma als toehoorder. Ook haar overleden echtgenoot, fotograaf Wijndel Jongens, is geboren Beemsterling. Werkt al 46 jaar bij de gemeente Koggenland, heeft sinds 1979 minstens 500 huwelijken voltrokken en is de uitvaartleider van het dorp. Staat te popelen om haar andere passie, theater, behalve op locatie en in haar eigen tuin, in de Beemster Vertoeving te realiseren en mee te maken.

‘Ik voel me erg thuis in de Vermaning. De sfeer en het volk dat er komt spreken me aan. En ik houd van die soberheid. We kennen niet de hiërarchie die andere kerkgenootschappen hebben, dat is ook prettig. Vrouwen mochten al vroeg voorgaan, eerder dan bij de andere. Ik kom uit een vrijzinnig nest, maar dat bijt elkaar niet. Ik speel tijdens zo’n tachtig kerkdiensten per jaar. Ook bij een katholiek koor, in de kerk van mijn hervormde vader en in Doopsgezinde kerken. Overal is de sfeer anders, maar dat vind ik niet erg. Juist interessant. En ja, er zijn nu eenmaal te kort organisten. Ik vind orgelspelen in de kerk een mooie zaterdagavond- en zondagochtendbesteding. De Vermaning is de eerste die ik in mijn agenda zet. Dan de kerk in Avenhorn. En dan pas de rest. Als kind zat ik op pianoles. Toen er een organist in zijn kerk uitviel zei mijn vader: dat kan jij wel. Als het niet gaat, dan neem ik het over. Eenmaal in de kerk zat ik met zweet in mijn handen en rode vlekken op mijn gezicht, maar ik heb het gered. Toen ben ik het blijven doen.  

Jaap Slagt vroeg of ik mee wilde denken over een nieuwe invulling van de Beemster Vermaning. Op mijn werk heb ik een tijd kunst en cultuur in mijn portefeuille gehad. En ik ben een vreselijk theaterdier. Oerol, de Parade, Karavaan, ik ga ze allemaal af. In een zomer zie ik zestig voorstellingen. Ik maak een strak programma zodat ik zo veel mogelijk voorstellingen kan zien. Ik heb zelfs zomers een theaterfestival in mijn eigen tuin. Mijn overleden man was gespecialiseerd in fotografie van documentaire en kunst. Het onderwerp is dus op mijn lijf geschreven. Ik vond het plan in eerste instantie heel ambitieus. Maar met de goede mensen in ons bestuur moet het lukken. 

De leeggang van de kerken is een onomkeerbaar feit. Je moet het niet kunstmatig in stand willen houden. Dat is trekken aan een dood paard. Dit is een geweldig initiatief. Ik heb al heel veel artiesten op het oog die straks in de Beemster mooie voorstellingen kunnen maken. Ik heb het gevoel dat mijn rol straks pas komt; het bedenken en organiseren van activiteiten waar een heleboel mensen plezier aan beleven. Dat lukt het beste als je er zelf ook plezier aan beleeft.’